Kalium is een belangrijk mineraal dat van nature in veel groenten en fruit voorkomt. Samen met natrium en chloride vormt het de essentiële lichaamszouten (de zogenaamde ‘elektrolyten’) die verantwoordelijk zijn voor de vochtbalans in ons lichaam.
WAT DOET HET
Samen met natrium zorgt kalium niet alleen voor het doorgeven van prikkels in het zenuwstelsel, maar ook voor een goede vochtbalans en gezonde bloeddruk. Kalium levert daarnaast een belangrijke bijdrage aan het transport van kooldioxide door de rode bloedlichaampjes en het helpt bij de samenstelling van eiwitten en een stabiele celstructuur.
WAT HEB JE NODIG
De behoefte aan kalium hangt vooral samen met de vochtbalans in het lichaam en is minder afhankelijk van het voedingspatroon. Voor de bloeddruk is het belangrijk dat de voeding een hoog kaliumgehalte heeft en een laag natriumgehalte. Mensen die vochtafdrijvende middelen gebruiken (urinepillen), in een warm klimaat leven of veel transpireren (duursporters) kunnen tot 1,5 gram kalium per dag nodig extra nodig hebben.
WAAR VIND JE HET
Fruit en groenten zijn goede kaliumbronnen. Bananen, avocado’s, gedroogde vruchten en noten zijn ‘topleveranciers’ van dit mineraal. Kalium gaat verloren door voedselbereiding in water; vooral groenten die lang gekookt worden verliezen op die manier veel kalium.
TEVEEL KALIUM
Het eten van kaliumrijke levensmiddelen leidt zelden tot een kaliumoverschot in het lichaam. Een teveel aan kalium kan wel ontstaan door het innemen van hoge doseringen kalium middels voedingssupplementen (18 gram kalium per dag) of door slecht werkende nieren. In het ergste geval kan een kaliumoverschot leiden tot spierverlamming en zelfs een hartstilstand.
TEKORT AAN KALIUM
Ons lichaam zorgt (onder normale omstandigheden) voor voldoende kalium; de nieren houden het gehalte constant. Een tekort aan kalium ontstaat vooral door een verstoord evenwicht in inname en opname en zelden door onjuiste voeding. Bij hevig braken, het gebruik van plaspillen en overmatig sporten en transpireren kan een kaliumtekort ontstaan. Symptomen van een tekort kunnen zijn: braken, duizeligheid, verminderde eetlust, verzwakte spieren, slaperigheid, lage bloeddruk en verwarring.





